10 redenen waarom reizen héél erg vervelend is

Reizen leuk? Absoluut NIET! Dit lijstje is het bewijs. Waarom doen we dit onszelf in hemelsnaam áán?

Het zou ons een hoop tijd, geld en moeite besparen als we niet meer zouden reizen. Maar wie eenmaal besmet is met het reisvirus, kan niet meer anders dan zo vaak mogelijk het vliegtuig pakken… terwijl reizen enorm vervelend is!

1. O-ve-ral zand!

Life is better at the beach? Dacht het niet! Als reiziger zit jij vaak op het strand en weet je als geen ander hoe verschrikkelijk dat is. Zand tussen je tenen, zand in je mond, en soms zelfs op plekken waar het daglicht niet is geweest… Waar doe je het voor?

2. Je bekijkt oude, vervallen gebouwen

Een beetje backpacker ontkomt er niet aan: naast het trotseren van de lokale stranden, zijn er vaak ook nog wel een of twee tempels in de buurt die je ‘moet zien’. In de praktijk blijkt dit meestal niet meer te zijn dan een hoop stenen. Cambodja, Mexico? Give me a break!

3. Lopen op onmogelijke plekken

Blaren op je voeten heb je ervan, om met gevaar voor eigen leven dat ene pad te bewandelen. Patagonie, Nieuw-Zeeland, Nepal… Je bent helemaal klaar met dat wandelen en dat snappen wij wel. Lopen kun je thuis ook, en daar ligt er tenminste gewoon asfalt en zijn er geen ravijnen.

4. Praat Nederlands met me!

Even Nederlands met me! Want jij bent andere talen spuugzat. Spaans is terror, en Engelstaligen moeten zelf maar eens een tweede taal gaan spreken. God, wat zou het fijn zijn als de hele wereld gewoon Nederlands sprak. Maar dat is niet zo, en dus blijf je voorlopig liever thuis.

5. Ter land, ter zee…

Of in de lucht! Een auto is tot daar aan toe, maar vaak zit er niets anders op dan een tuktuk te pakken, achterop een motor te springen, in een krakkemikkig bootje te stappen of je leven te wagen in een vliegtuig. Die ritjes hebben je zeker al vijf jaar van je leven gekost, kan niet anders!

6. Je moet van alles in je mond stoppen

Als jij de serveerster in Thailand vraagt om een lekker stamppotje zuurkool, krijg je ‘solly, no have’  als antwoord. Kaas en drop heb je ook al weken niet kunnen eten. In plaats daarvan moest je het doen met lokale happen als pad thai, pho, steak, fajita’s, curry’s en nog veel meer dingen die je liever niet had gegeten.

7. Overal vrienden

Hartstikke leuk dat socializen, maar je kunt nergens meer normaal over straat. Om over Facebook al helemaal maar niet te spreken… Vijf minuten nadat je ergens hebt ingecheckt willen de eerste mensen alweer een biertje met je drinken, en op je verjaardag overspoelt je profiel met berichten.

8. In hutjes, tenten en wat al niet meer moeten slapen

Het ergste van reizen is nog wel dat je niet gewoon in je eigen bed kunt slapen! En al helemaal als je in van die goedkope hutjes op het strand moet slapen. Of nog erger: tenten in de rimboe!

9. Keuzestress

Je wordt er he-le-maal gek van. Neem je nou een koud biertje, een cocktail-mix of gewoon een kokosnoot? Doen we vandaag een bikini aan of is een kort broekje ook voldoende? Gaan we raften of nemen we een massage? Morgen verder reizen? Of gewoon nog een dagje blijven hangen? Zonnebril op.. of af? Verschrikkelijk!

10. Je bent er ziek van

Tijdens je eerste backpackreis raakte je besmet. Althans, dat bleek bij thuiskomst. Je kon aan niets anders meer denken en al snel werd de diagnose gesteld: de travel bug. Verslaving is een ziekte, zo weet je nu. Want je wilt – tegen beter weten in – nog maar één ding en dat is reizen.