De vreemde wereld van het Abbemeer

Het Abbemeer is een zoutmeer op de grens van Ethiopië en Djibouti en het grootste meer en laatste meer van een keten van zes met elkaar verbonden meren.

Het meer ligt op een bekken genaamd de Afar Depressie, op een punt waar de Arabische, Nubische en Somalische platen uit elkaar worden getrokken. Door het splitsen van de Nubische en Somalische platen is er een vreemd landschap ontstaan rondom het Abbemeer. Omdat de twee platen uit elkaar drijven, wordt de korst erboven steeds dunner totdat deze scheurt. Op de dunne plekken wordt magma naar de oppervlakte geduwt en ontstaan er warm water bronnen. Wanneer het kokende water naar de oppervlakte borrelt, deponeert het calciumcarbonaat, waardoor er torenhoge schoorstenen ontstaan. Sommige van deze schoorstenen worden wel 50 meter hoog. Dit buitenaardse landschap inspireerde Charlton Heston om hier zijn klassieke film uit 1968, "Planet of the Apes" te filmen, aan de oevers van het Abbemeer.

Het meer wordt gevoed door de rivier de Awash, en seizoensgebonden stromen die op het meer uitkomen in het westen en zuiden. Aan de noordwestelijke oever bevindt zich Mount Dama Ali, een slapende vulkaan. Ooit was het Abbemeer veel groter, maar een omleiding van het water uit de Awash voor irrigatie in de jaren '50 heeft het oppervlakte van het meer met tweederde doen krimpen en het waterpijl met 5 meter.

De dichtstbijzijnde stad ligt op 200 km afstand, maar er is een kleine nederzetting opgericht door de Afar mensen vlak voor de kust van het meer. Afgezien van de kuddes schapen of ezels die de Afar herders meenemen om zich te voeden, zijn de enige bewoners van dit meer de roze flamingo's.