De Elzas wijnroute: Ontdek de mooiste plekken + onze tips

De Franse regio Elzas is om meerdere redenen een top bestemming voor een kleine rondreis. Vanwege de sprookjesachtige stadjes en dorpen, het bergmassief de Vogezen en de fantastische wandelingen en fietstochten die je daar kunt maken. Maar er is nog een goede reden om deze regio te bezoeken en dat is; de wijn!

De glooiende heuvels van de Elzas zijn bedekt met wijnranken. Het is de meest oostelijke wijnstreek van Frankrijk en staat bekend om de expressieve en aromatische (veelal witte) wijnen. De meest bekende druivensoorten uit de Elzas zijn de Riesling, Muscat, Gewurtztraminer, Pinot Blanc en Pinot Gris. Door dit betoverend mooie gebied loopt de oudste wijnroute van Frankrijk. 

La route des vins d’Alsace

Zelfs als je niet van wijn houdt is het een feest om ‘la route' te gaan ontdekken. De weg slingert als een kronkelende wijnrank van het noordelijke dorpje Marlenheim tot de stadje Thann in het zuiden en is 170 kilometer lang. Onderweg worden pittoreske dorpjes afgewisseld met kasteelruïnes en natuurpracht. Bij de domeinen van de boeren kun je alles leren over de beroemde Elzasser wijnen en kan er natuurlijk ook geproefd worden!  

Op de fiets

Je kunt de 'route des vins' uiteraard met de auto rijden, klein nadeel is dat er dan altijd iemand de bob moet zijn. Daarom is het een aanrader om de route op de fiets te verkennen. Het toffe aan de fietsroute is dat je écht dwars door de wijngaarden komt en veelal via autovrije kleine paden in alle rust kan genieten van het spectaculaire landschap. Goed om te weten dat het wel een glooiend gebied is, dus de sportieve fietser kan zo nu en dan een klimmetje verwachten. Wil je na een paar glaasjes wijn het toch iets rustiger aan doen dan is een elektrische fiets een goede uitkomst. 

Hoogtepunten langs de route

Je kunt ervoor kiezen om de hele route van 170 kilometer af te leggen maar een je kunt ook een deel fietsen. Het maakt niet zoveel uit waar je begint want de ‘route des vins’  is bezaaid met prachtige dorpen en wijngaarden. Bij ieder dorpje vind je wijnboeren die maar al te graag hun wijnen laten proeven. Dus aarzel niet om aan te kloppen bij een domein want daar proef je de echte sfeer van de regio.

Obernai

Het charmante stadje Obernai zou een goed startpunt kunnen zijn voor je fietstocht. Met een croissant en café au lait kun je de dag goed beginnen op het centrale plein. De historische stad is toeristisch maar dat is ook wel terecht. De prachtige vakwerkhuizen en stadswallen geven de stad een middeleeuwse sfeer.

Barr

Midden tussen de wijngaarden vind je het dorpje Barr, de wijnhoofdstad van het departement Bas-Rhin. De overvolle bloembakken met kleurrijke geraniums zorgen voor een zeer vrolijk centrum rondom het place de l'hôtel de ville.

Riquewihr

Een van ‘les plus beaux villages’ van Frankrijk, dan weet je het wel! Veel gezellige winkeltjes waar producten uit de streek worden verkocht. Het stadje is ook bekend vanwege haar crémant d’Alsace, deze bubbelwijn heeft hier haar oorsprong.

Kaysersberg

Met de kasteelruïne en het kabbelende stroompje door de stad is Kaysersberg een zeer sfeervolle stop langs de route des vins. Voor een prachtig uitzicht kun je de toren van het kasteel beklimmen. De ligging van het dorpje is prachtig.

Eguisheim

Pittoresker dan Eguisheim gaat het niet worden. Het is dan ook wel een van de toeristische trekpleisters van de regio. Het is alsof je in een tijdmachine bent gestapt en middenin een sprookjesverhaal bent beland. De foto’s spreken voor zich. Je hebt er meerdere gezellige terrasjes waar je de Elzasser keuken kan ontdekken, want ook die is de moeite waard!

Fietsverhuur

Je kunt natuurlijk je eigen fietsen meenemen vanuit Nederland maar er zijn ook voldoende (elektrische) fietsverhuur mogelijkheden in de iets grotere stadjes (zoals in Obernai, Colmar, Guebwiller, Barr, Eguisheim). Daar kun je voor een paar uur of een paar dagen fietsen huren. Soms zijn er ook rondleidingen met een gids mogelijk.

Beste tijd om te gaan

Als je de wijnboeren in actie wil zien dan is de oogsttijd de beste tijd om te gaan. Deze begint meestal ergens half september. De wijngaard krioelt dan van plukkers en de karretjes vol rijpe druiven rijden af en aan. Een nadeel aan deze periode is dat kleine wijnboeren geen tijd hebben voor het geven van proeverijen. Als je dat wil meemaken dan is de lente ook een prachtige tijd om te gaan. Het is dan niet te heet en alles staat weer prachtig in blad en bloei.

Tip: Wil er een complete wijntrip van maken dan kun je ook overnachten bij verschillende wijnboeren. Lekker wakker worden tussen de druiven!