Flores: Jurassic Park met witte stranden

Denk je aan Indonesië, dan denk je al snel aan Java en Bali. Maar wil je ook de onbekendere kant van het land ontdekken, kies dan voor het prachtige eiland Flores. Hier vind je kleurrijke kratermeren, rokende vulkanen, woeste jungle, traditionele dorpen en prachtige stranden. Het beste wat Indonesië te bieden heeft in één eiland, ideaal voor een afwisselende roadtrip.

Flores ligt ten oosten van Bali, op twee uur vliegen van Denpasar. Veruit de meest populaire bestemming van het eiland is Labuan Bajo, de springplank voor boottochten naar het Komodo National Park. Hier vind je niet alleen de enorme Komodo-varanen, maar ook onder water is er meer dan genoeg te ontdekken. Snorkelen en duiken zijn hier spectaculair, alsof je in een aquarium zwemt. En ben je het water even beu, dan kun je heerlijk relaxen op één van de prachtige witte stranden, omringd door helder turquoise water.

Overland door Flores

Het is geen wonder dat Labuan Bajo steeds meer reizigers trekt, maar het is zonde om je te beperken tot dit deel van Flores. Wil je Flores echt leren kennen, reis dan overland van Maumere in het oosten naar Labuan Bajo in het westen. Voor die reis kun je het beste een auto met chauffeur huren, want onderweg zijn volop leuke stops te maken. Fotogenieke dorpjes, kerkjes, watervallen…in Flores is zoveel te zien, dat eigen vervoer bijna een must is. In tien of elf dagen kun je de hoogtepunten van het eiland prima bezoeken.

Vulkanen met gekleurde meren

Flores is vulkanisch en aan de horizon tekenen zich altijd actieve vulkanen af. De bekendste is de Kelimutu, met haar drie gekleurde kratermeren. De zonsopkomst hier is één van de highlights van je trip. Je klimt in het donker naar de kraterrand. Als de wolken opentrekken, sta je voor een ongelofelijk panorama. Voor je liggen twee kratermeren, licht turquoise en heldergroen. Achter je ligt de derde, donkergroene krater. Die kleuren kunnen elk moment weer veranderen, door mineralen en het vrijkomen van gassen onder de vulkaan. Al geloven de locals dat de kleuren veranderen als het humeur van de geesten verandert. Kelimutu is namelijk een heilige plek, waar volgens de legende de geesten van overledenen wonen. En als je daar op die mystieke kraterrand staat, is dat opeens helemaal geen rare gedachte meer.

Rijstvelden en jungle

De natuur op Flores is enorm afwisselend. Je rijdt langs groene rijstvelden en rijstterrassen in de vorm van spinnenwebben. Je ziet hoge vulkanen, eindeloze bossen en woeste jungle, afgewisseld met verlaten witte en zwarte stranden. Flores is een soort Jurassic Park, maar dan met bountystranden. Je bezoekt talloze kleine dorpjes, met inwoners die je enthousiast toeroepen en kinderen die naar je zwaaien. Indonesiërs zijn over het algemeen erg vriendelijk, maar de inwoners van Flores spannen de kroon. Dat maakt het extra leuk om eens te slapen in een homestay en kennis te maken met het dagelijkse leven op het eiland.

Tradities zijn springlevend

Flores is overwegend christelijk, maar ook oude tradities zijn er nog springlevend. De beste voorbeelden vind je rond Bajawa, waar je traditionele Ngada-dorpen kunt bezoeken. De bouwstijl van de Ngada-huizen is uniek en de dorpen zijn spectaculair gelegen tegen een achtergrond van bergen en vulkanen. Wil je zien hoe het leven er in een echt afgelegen dorp aan toegaat, maak dan de vier uur durende jungletrek naar het Manggarai-dorp Wae Rebo. Wegen zijn er niet, je kunt er alleen lopend komen. Geen straf, want de jungle is prachtig en Wae Rebo voelt alsof je het eind van de wereld hebt bereikt. Na dit avontuur wacht Labuan Bajo, een relaxte afsluiting van een prachtige reis over onvergetelijk Flores.

Zo reis je door Flores

Wil je in korte tijd veel zien van Flores en ben je op zoek naar een bijzondere reis door Indonesië? Kijk dan eens bij Better Places. Bij deze reisorganisatie plan je je hele trip in overleg met een lokale reisexpert. Je maakt je reis helemaal op maat, dus je trip is altijd uniek. Dat maakt reizen met Better Places heel speciaal en een echte aanrader.

Tekst en foto’s : Karlijn Meulman