Petra, rotsenstad van de Nabateeër-koningen

De oude stad Petra, met zijn architectuur deels uitgehakt uit roze getinte kliffen, is niet alleen het grootste hoogtepunt van Jordanië, het behoort ook tot een van de zeven wereldwonderen.

Eeuwen lang was de stad vergeten en alleen bekend bij de Bedoeïenen, die er hun thuis van hadden gemaakt, totdat de Zwitserse ontdekkingsreiziger Jean Louis Burckhardt er toevallig tegenaan liep in 1812.

Zo'n 80 kilometer ten zuiden van de Dode Zee verscheen in een dal de stad Petra. Burckhardt was oosters gekleed en noemde zichzelf Ibrahim ibn Abdallah al-Schami en sprak vloeiend Arabisch. De wantrouwige Bedoeïenen hielden hem scherp in de gaten en zonder zijn moslimcamouflage was het hem waarschijnlijk niet gelukt om als eerste Europeaan via een oude karavaanroute door te stoten naar de fascinerende ruïnestad van het huidige Jordanië.

Verborgen handelscentrum

De oorspronkelijke nomdaden die hier in de 2e eeuw voor Christus waren neergestreken vestigden zich op een door bergen omgeven hoogvlakte, die slechts via een smalle rotskloof te bereiken was. In de eeuwen daarna ontwikkelde Petra zich tot een handelscentrum op het kruispunt van meerdere karavanenroutes. In die tijd ontstonden er talrijke monumentale bouwwerken, en in de rots gehouwen grafbouwwerken, waarvan de stijl door kunsthistorici wordt gezien als een mix tussen oosterse en hellenistische kunst.

Burckhardt kreeg hier echter slechts een vluchtige indruk van, aangezien hij vanwege de argwaan van enkele moslims snel verder moest reizen. Na hem volgden al snel Britse, Franse, Amerikaanse, Duitse en later ook Arabische archeologen, om de geschiedenis van de Nabateeërs te onderzoeken. Hun cultuur raakte in de tweede eeuw na Christus alweer in verval toen de Romeinen Petra bezetten en tot een steunpunt van de provincie Arabia maakten.

Burcht van de dochter van de farao

Tot de nog goed bewaard gebleven bouwwerken uit de Nabateeër-tijd rekent men de tempel Qasr el-Bint Fira'un ("Burcht van de dochter van de farao") met zijn 23 meter hoge muren. Deze stamt uit de tijd van de geboorte van Christus en was gebouwd ter ere van de hoofdstad Dhushara en diens moeder el'Uzza. Een twaalf bij twaalf meter groot altaar aan de voorkant diende vermoedelijk voor vuurcultussen en dierenoffers. Aan een tweede machtig cultusbouwwerk gaven de archeologen, volgens afbeeldingen op opgegraven kapitelen, de naam "Leeuwenklauwen-Tempel".

Ook bijzonder goed bewaard gebleven en gerenoveerd zijn de fraaie façaden en de tempelachtige uit de rots aan de rand van Petra uitgehouwen grafbouwwerken. De artistiek meest geslaagde rotsfaçade is het rode front van Al Khazneh, het "schathuis", waarin de Bedoeïenen ooit zonder succes zochten naar de "schat van de farao". De 40 meter hoge en 25 meter breede façade dekt twee in de berg gehouwen verdiepingen af. De ingang tot de onderste verdieping bestaat uit zes zuilen met Corinthische kapitelen. Boven op de tweede verdieping staat in een rond steenpaviljoen een standbeeld van de Egyptische godin Isis. Andere beelden stellen Amazonen, leeuwen, Nabateeër-godinnen en figuren uit de Griekse mythologie voor.

Gelukkig hoef je je tegenwoordig niet meer te vermommen zoals Burckhardt deed, om de heiligdommen, rotsgraven, fraaie poorten en het theater te bewonderen. Dit mag je dan ook zeker niet missen tijdens je rondreis door Jordanië!