Geschiedenis

Voordat de Spanjaarden Nicaragua in 1522 veroverden, leefden er twee grote culturele groepen in het land. Eén van die groepen was sterk verwant aan de Azteken in Mexico. Dit volk werd echter volledig overlopen door de Spaanse bezetters, die overal koloniale steden stichtten. In 1823 werd Nicaragua onderdeel van de Verenigde Staten van Centraal-Amerika, om in 1838 als zelfstandige republiek verder te gaan.

Sinds Nicaragua onafhankelijk werd, is de politieke situatie in het land vaak instabiel geweest. Alleen tussen 1937 en 1972 was het relatief rustig onder het bewind van de familie Somoza. Een aardbeving die de op dat moment goed ontwikkelde hoofdstad Managua van de kaart veegde, maakte daar een einde aan. De Somoza’s staken de buitenlandse giften naar aanleiding van de ramp in eigen zak en dit leidde in 1978 tot een  revolutie, waarna de Sadinistas de macht grepen. Dit sterk communistische bewind kon niet bepaald op de sympathie van de Verenigde Staten rekenen, die een hele reeks economische en militaire maatregelen namen tegen Nicaragua. In de jaren ’80 woedde er een hevige oorlog. In 1990 verloren de Sadinisten de verkiezingen en sindsdien is het rustiger in het land, hoewel het nog regelmatig te kampen heeft met corruptie en natuurrampen.