Geschiedenis

De geschiedenis van Tunesië is lang en roerig. Rond 1100 voor Christus zijn de Feniciërs het machtigste zeevarende volk van de Middellandse Zee. Zij stichten de stad Carthago en maken er een bloeiend handelscentrum van.

In 647 vallen de Arabieren Tunesië voor de eerste keer binnen. Ze laten een spoor van vernielingen na en verdwijnen vervolgens weer snel. Tientallen jaren later vallen de Arabieren het land definitief binnen, wat ingrijpende gevolgen heeft. De bevolking bekeert zich tot de islam en in de eeuwen die volgen nemen ze ook de Arabische taal en cultuur over. Na verschillende veroveringen door onder meer de Falimieden en de Almohaden, kent Tunesië vanaf 1228 drie lange eeuwen van culturele bloei en welvaart. De Ottomanen heroveren Tunesië in 1574 en het land wordt een Ottomaanse provincie. Het begin van de 18e eeuw is een welvarende periode. Landbouw, handel en zeeroverij leveren veel geld op. In 1881 vallen Franse troepen het land binnen en wordt Tunesië officieel tot Frans protectoraat verklaard, waardoor veel kolonisten naar Tunesië trekken.

Het duurt nog tot 20 maart 1956 voordat Tunesië officieel onafhankelijk wordt verklaard. Na de uitgeroepen onafhankelijkheid wordt de monarchie afgeschaft en zijn er verkiezingen. Tunesië wordt een republiek en Habib Bourguiba wordt als president voor het leven gekozen. Uiteindelijk trekken in 1963 alle Franse troepen zich terug uit Tunesië en krijgt het land het grondgebied van de Franse kolonisten terug. Bourguiba wil van Tunesië een modern land maken, maar dat gaat natuurlijk niet vanzelf. De president gaat zich ondertussen steeds meer als dictator gedragen en uiteindelijk wordt de situatie onhoudbaar. Op 7 november 1987 pleegt eerste minister Zine El Abidine Ben Ali een staatsgreep en wordt de nieuwe president.