Natuur & klimaat

De Zweedse natuur is fenomenaal. Bossen bedekken meer dan de helft van het land. Vooral naaldbomen als dennen, sparren en lariksen zijn er veel te vinden. Beuken staan vooral in het zuiden en berken in het noorden. Het zomerseizoen is de periode waarin alle bloemen in bloei staan en dit levert schitterende plaatjes op dankzij de vele klaprozen, margrieten en veldbloemen. Daarnaast vind je in Zweden diverse vruchten in het wild, zoals bosbessen en frambozen. In de vele nationale parken die Zweden telt, kun je de ongerepte natuur in al zijn vormen bewonderen.

Dieren die je in Zweden kunt tegenkomen zijn de beer, lynx, wolf en veelvraat, al zijn ze nog vrij zeldzaam. Je zult dus eerder elanden en boslemmingen tegenkomen in de bossen of poolvossen en toendralemmingen in het noorden. In Zweden zijn meer dan 300 vogelsoorten te vinden en al een even grote diversiteit aan vissen.

De winters kunnen koud zijn in Zweden, vooral in het noorden. Daar kan de temperatuur dalen tot –35 °C. Toch zijn deze temperaturen nog goed te verdragen omdat het niet veel waait en sneeuwt. Door de warme golfstroom is het in het zuidelijke deel van Zweden ’s winters een stuk milder. In de zomer is het in heel Zweden behaaglijk met temperaturen van ongeveer 27 °C. Ook het zeewater is behoorlijk warm. Aan de kust valt de meeste regen. In de zomer kun je de middernachtzon (dan is het dag en nacht licht) en het noorderlicht (gekleurde lucht door elektrische deeltjes) ervaren.